Wijken biomechanisch bekeken
Hoe ziet correct wijken er uit, biomechanisch bekeken? Wijken voor het been is een van de meest uitgevoerde oefeningen te paard. Het is vaak een van de eerste oefeningen die een beginnende ruiter leert. Of je nu wel of niet wedstrijden rijdt, de kans is groot dat je met wijken bezig bent. Ook is het een van de eerste oefeningen die we jonge paarden leren zodra de stap, draf en galop bevestigd zijn. Niet alleen jonge paarden en beginnende ruiters wijken vaak; tot aan de Grand-Prix wordt wijken ingezet in het losrijden en om gangen en oefeningen te verbeteren en perfectioneren.
Wijken als gehoorzaamheids- oefening
Wijken voor het been is niet alleen noodzakelijk om nette proeven te kunnen rijden, het is net als alle andere figuren ook een belangrijk onderdeel om structuur, symmetrie en controle te verbeteren in je rijden. Als het paard eenmaal zadel-mak is en zich goed laat sturen en in een redelijke balans gaat, dan geven we al snel aandacht aan het ‘recht gaan’.
Simpel gezegd, om het paard recht te maken heb je zijdelingse reactie nodig op een enkel been. Geef je lichte druk met twee benen. Dan ga je voorwaarts. Geef je lichte druk op een enkel been en lichte druk op de binnen zitbeenknobbel, dan moet het paard leren daarvoor voorwaarts-zijwaarts te gaan, weg van de druk van dat been.

Hulpen tijdens het wijken: Binnen zitbeen knobbel
De reactie die je op je been wilt bij het wijken, heb je eigenlijk al nodig (om je binnenbeen) om rijbaanfiguren en hoeken correct te kunnen rijden. Met correct bedoelen we: met laterale buiging en verticale balans. Je hebt er dus baat bij als je je paard dus al heel vroeg de ‘wijkreactie’ op je been aanleert.

lateraalbuiging in het wijken
Met wijken leer je jouw paard wat de afzonderlijke beenhulpen betekenen. Het is hierdoor een ‘dresserende’ oefening. Daar bedoelen we mee dat we het paard leren om een bepaalde reactie te geven, wanneer wij een hulp geven. Met dresseren heb jij je paard dus iets aangeleerd.
Wil je meer weten over correct wijken, bestel dan het e-book: Wijken en rijbaanoefeningen.
Wijken als motorische oefening
Om te kunnen wijken moet het paard al heel veel snappen van zijn eigen lijf. We willen een zijwaartse beweging die we natuurlijk het beste zien in de benen. Echter, het belangrijkste is dat het gehéle lijf mee beweegt in deze beweging. Alles is met elkaar verbonden en de benen volgen de richting van het lichaam. Het gaat daarom ook om de fijnmotoriek van alle houdingsspieren rond de wervelkolom. Dat is vaak wat lastiger om te zien en te voelen.
De zijwaartse been- en zithulp kan gebruikt worden om het paard opzij te laten bewegen, maar ook om het paardenlijf thoracaal (= het gebied rond de borstkas) lateraal (= zijwaarts, van links naar rechts) te buigen of te begrenzen.

Biomechanica van het wijken
Er zijn 5 bewegingen die het paardenlijf en de wervelkolom moet kunnen maken in het wijken.
- Bij wijken hoort het paard stelling te hebben. Stelling is lichte zijwaartse buiging in de eerste hals wervels: C0-C1.
- Er hoort ook laterale buiging bij, buiging van links naar rechts. Thoracaal; in de borstkas, zoals uitgelegd hierboven en cervicale laterale buiging, buiging in de hals.
- Daarnaast draait de hele romp in de beweging een beetje mee om zijn as, net als een schroef. Dit noemen we rotatie.
- De gehele wervelkolom moet op en neer kunnen deinen. Van eerste halswervel tot aan staart. Deze ontspannen wervelkolom uit zich in een opwaarts gewelfde hals, een aangetrokken borstbeen opgewekt van uit een geactiveerde en ondertredende achterhand. De correcte benaming hiervoor is lengtebuiging.
- Het openen en kruizen van de benen, waardoor de gangen van het paard soepeler en ruimer worden. Dit doet het paard onder andere met de ad-ductoren en de ab-ductoren. Spieren die het been naar het lichaam trekken (ab) en spieren die het been van het lichaam af brengen, openen (ad).
Heb je vragen over deze biomechanische concepten of wil je er meer over weten? Bekijk dan de module: Biomechanica en trainingsconcepten.
Door de stelling en de laterale thoracale buiging en rotatie van de romp, kan het paard het binnen-achterbeen onder het lichaam plaatsen en zijn buiten voorbeen goed openen in de richtig waar het paard heen moet. Als het paard het binnen achterbeen onder zet én het buiten voorbeen opent gaan deze beiden dezelfde richting uit. Het benen paar beweegt zich parallel. Namelijk in de richting waar je naartoe rijdt zoals bijvoorbeeld een letter of de hoek.
Een paard zonder laterale thoracale en cervicale buiging kan dat niet. Je ziet dan dat het paard in de buitenschouder korter wordt en juist op de buitenschouder valt. De takt en de schwung gaat daarmee ook verloren.
“Meer parallel” gaan in het wijken
Hoor jij wel eens van de jury dat je meer parallel moet gaan in het wijken? De jury heeft het dan over de beenzetting, zoals hierboven omschreven. Het betekent niet dat je als een rechte plank, recht aan de hoefslag je paard meer opzij moet duwen. De jury wil vanuit haar standpunt de voor en achterhand ongeveer in één lijn zien (sporen). Als de achterhand te veel achter blijft klopt dat niet. De achterhand zet je bij, met behoud van laterale buiging.
We hebben net besproken dat een paard dat recht als een plank loopt, biomechanisch niet in staat is het lichaam in de juiste richting te brengen. Wat juist wel nodig is om de benen in de juiste richting te bewegen. Wijken gaat daarom altijd gepaard met de juiste stelling en buiging.
De schouder moet daarom altijd een fractie vóór zijn in de richting waar je naartoe gaat.
Wijken als gymnastische oefening
De kunst is dat je laterale buiging in je paard hebt. Terwijl de voor- en achterhand, recht van voren gezien, nagenoeg in één lijn zijn. Dat vereist dus een bepaalde lenigheid, coördinatie en souplesse van het paard. En dat is precies wat je met wijken wilt creëren.
Belangrijk bij deze oefening is dat het vloeiend gebeurt, met behoudt van de nagevelijkheid en voorwaartse impuls. Wanneer het paard correcte lengtebuiging en laterale buiging kan maken, dan zal men zien dat het paard heel makkelijk voor de binnen zitbeen knobbel en het binnenbeen wijkt.
Beginnen met wijken voor het been
